De wetgever heeft een wijziging van de youngtimerregeling aangenomen. Deze regeling bepaalt hoe de bijtelling wordt berekend voor oudere auto’s van de zaak. De aanpassing wordt gefaseerd ingevoerd en heeft vooral gevolgen voor ondernemers die bewust een youngtimer zakelijk rijden.
Wat verandert er?
De kern van de regeling blijft inhoudelijk gelijk:
voor kwalificerende auto’s geldt een bijtelling van 35% over de waarde in het economisch verkeer (dagwaarde) in plaats van over de cataloguswaarde. Wat verandert, is de leeftijdsgrens.
De nieuwe systematiek ziet er als volgt uit:
-
Tot en met 2025
Auto’s van 15 jaar en ouder vallen onder de youngtimerregeling (35% bijtelling over dagwaarde). -
2026 (overgangsjaar)
De leeftijdsgrens verschuift naar 16 jaar.
Auto’s jonger dan 16 jaar vallen terug naar de reguliere bijtelling over de cataloguswaarde. -
Vanaf 1 januari 2027
Alleen auto’s van 25 jaar en ouder kwalificeren nog voor de youngtimerregeling.
Auto’s van 15 tot en met 24 jaar vallen dan volledig onder de reguliere bijtelling (thans 22% of het dan geldende percentage).
Gevolgen voor ondernemers
De impact is met name groot voor ondernemers, DGA’s en werknemers die nu bewust een youngtimer van 15–24 jaarzakelijk rijden vanwege de lagere bijtelling op basis van dagwaarde.
Voor deze groep betekent de wijziging dat:
-
de fiscale aantrekkelijkheid vanaf 2027 grotendeels verdwijnt;
-
de bijtelling in beginsel weer wordt berekend over de (oorspronkelijke) cataloguswaarde, tenzij de auto inmiddels 25 jaar of ouder is.
Planning en aandachtspunten
De gefaseerde invoering biedt ruimte om vooruit te plannen, maar maakt de periode 2025–2027 ook complexer. Met name:
-
2026 is een tussenjaar met een afwijkende leeftijdsgrens;
-
timing van aankoop, verkoop en balansetikettering kan daardoor fiscaal doorslaggevend zijn.
Het is daarom verstandig om tijdig te beoordelen of:
-
zakelijk rijden nog passend is;
-
privégebruik, vervanging van de auto of heretikettering fiscaal gunstiger uitpakt.
Tot slot
De aanpassing van de youngtimerregeling onderstreept het belang van vooruitkijken bij fiscale keuzes. Wat jarenlang een bewuste en gunstige constructie was, kan binnen enkele jaren substantieel duurder worden.
